|
|
Nieuwsbrief huisartsen | november 2026 |
|
|
|
|
|
|
|
De tijgermug: risico op ‘tropische’ ziekten in Nederland? |
De tijgermug kan infectieziektes zoals dengue, zika en chikungunya (maar géén westnijlvirus) verspreiden. De mug is de vector tussen personen.
De tijgermug wordt in Nederland regelmatig waargenomen, maar is nog niet gevestigd. De NVWA monitort de verspreiding van de tijgermug met muggenvallen verspreid in het land. Ook kunnen burgers de vondst van een tijgermug melden. Wanneer de tijgermug wordt aangetroffen, treft de NVWA maatregelen om deze lokaal te bestrijden. Inwoners van het betreffende gebied ontvangen een brief met adviezen, zoals het verwijderen van stilstaand water in de eigen omgeving. Bestrijding is bedoeld om vestiging van de tijgermug in Nederland te vertragen. Op termijn kan de vestiging waarschijnlijk niet voorkomen worden. Vooralsnog zijn er in Nederland geen autochtone infecties geweest met tropische ziekten; in Zuid-Europa heeft de tijgermug zich wel gevestigd en worden autochtone infecties wel gemeld. Bij verdenking van besmetting met een infectieziekte die door de tijgermug kan worden overgebracht, kan overlegd worden met een internist-infectioloog voor een volledige differentiaaldiagnose en relevante diagnostiek. |
|
|
|
| |
| |
|
|
|
|
Westnijlvirus: ook in Brabant |
Sinds augustus zijn in Nederland 76 humane westnijlvirusinfecties vastgesteld, waarvan 7 in Noord-Brabant (stand van zaken 29-10-2026). Het virus circuleert tussen gewone huissteekmuggen en vogels. Mensen en andere zoogdieren, zoals paarden, zijn dead-end hosts: zij kunnen besmet worden, maar de ziekte niet aan muggen doorgeven. Besmette mensen kunnen het alleen doorgeven via bloed(producten).
De meeste besmettingen (80%) leiden niet tot klachten. Vijftigplussers en personen met afweerstoornissen hebben meer risico op een ernstig beloop. Ongeveer 1% van besmette personen krijgt ernstige neurologische verschijnselen. De restgroep (19%) ontwikkelt een self-limiting griepachtig beeld. Hiervoor bestaat geen specifieke behandeling. Diagnostiek biedt dus geen direct handelingsperspectief. Door kruisreactie met andere virussen uit dezelfde familie is interpretatie van diagnostiek moeilijk. Overleg met een arts-microbioloog of internist-infectioloog kan behulpzaam zijn.
Besmetting kan voorkomen worden door het treffen van muggenwerende maatregelen, zoals horren, bedekkende kleding, een klamboe of muggenwerende middelen. Voor mensen is geen vaccin beschikbaar. Hoewel het westnijlvirus dit jaar circuleert onder muggen, vogels, paarden en mensen, blijft het nog onduidelijk of dit volgend jaar ook te verwachten is. |
|
|
|
| |
|
|
|
|
Vaccinatiegraad in jouw wijk: bekijk de nieuwste factsheet |
Hoe staat het met de vaccinatiegraad in de wijk waarin jouw praktijk actief is? De vernieuwde factsheets vaccinatiegraad van de GGD bieden inzicht op gemeente- en wijkniveau. Naast de cijfers bevatten de factsheets een korte duiding van opvallende ontwikkelingen en verschillen tussen wijken.
De informatie kan helpen om te bepalen of extra aandacht voor vaccineren wenselijk is in het gesprek met ouders, jongeren of via wachtkamervoorlichting.
Goed om te weten: kinderen en jongeren die in Nederland wonen en aan de voorwaarden voldoen, kunnen tot hun 18e jaar alsnog gratis vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma ontvangen. Dat geldt ook voor minderjarige buitenlandse studenten die staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
Bekijk de factsheet van jouw gemeente via onderstaande link.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
Meldingsplicht: hoe zat het ook alweer? |
Een belangrijke taak van de GGD is het voorkomen van verspreiding van infectieziekten. Daarom is in de Wet publieke gezondheid vastgelegd welke infectieziekten gemeld moeten worden aan de GGD. Deze meldingsplicht geldt voor zowel laboratoria als behandelend artsen en omvat momenteel ruim 50 meldingsplichtige ziekten. De reden voor melding verschilt per ziekte. Soms is bronopsporing nodig om verdere besmettingen te voorkomen, zoals bij legionellose of psittacose. In andere gevallen gaat het om het informeren en beschermen van contacten, bijvoorbeeld bij hepatitis A, hepatitis B of invasieve groep A-streptokokkeninfecties. Ook kunnen meldingen belangrijk zijn voor surveillance en het monitoren van vaccineffectiviteit, zoals bij invasieve pneumokokkeninfecties.
In de praktijk meldt het laboratorium een meldingsplichtige ziekte aan de GGD. Vervolgens vraagt de GGD bij de aanvrager (huisarts of andere behandelaar) aanvullende informatie op zoals NAW-gegevens incl. telefoonnummer en gegevens over de ziekte en de persoonssituatie. Indien nodig neemt de GGD contact op met de patiënt voor bron- en contactonderzoek en koppelt relevante bevindingen en adviezen terug aan de behandelaar.
|
|
|
|
| |
|
|
Najaarsronde coronaprik in volle gang |
Van 21 september tot en met 27 november vaccineert de GGD tegen corona. De GGD Hart voor Brabant verzorgt de vaccinaties in onze regio op 13 priklocaties. Inwoners kunnen ook terecht bij een priklocatie van een andere GGD-regio als die dichterbij is. Het RIVM nodigt mensen van 70 jaar en ouder uit. Naast mensen van 70 jaar en ouder kunnen ook andere groepen de coronaprik halen. Het gaat om mensen van 50 tot en met 69 jaar met een ziekte of aandoening die het risico op ernstige corona verhoogt. Ook volwassenen en kinderen uit medische hoogrisicogroepen en zorgmedewerkers die direct contact hebben met kwetsbare patiënten komen in aanmerking. Soms is een coronaprik ook mogelijk buiten deze groepen. Bijvoorbeeld bij een kwetsbaar gezinslid of op advies van de behandelend arts.
Patiënten en zorgmedewerkers kunnen zelf gebruikmaken van de coronaprik-check van het RIVM en een afspraak plannen via www.ggdafspraak.nl/corona. |
| |
HPV-vaccinatie (Gardasil9) bij vrouwen 26+: zinvol of niet? |
Lange tijd werd aangenomen dat HPV-vaccinatie boven de leeftijd van 26 jaar weinig meerwaarde had. Dit was gebaseerd op de veronderstelling dat veel vrouwen in deze leeftijdsgroep al zijn blootgesteld aan verschillende HPV-typen en dat de effectiviteit van vaccinatie met de leeftijd afneemt, vooral vanaf 40 jaar. Toch kan HPV-vaccinatie ook na het 26e jaar zinvol zijn. Bijvoorbeeld bij vrouwen die na een langdurige monogame relatie nieuwe sekscontacten krijgen. Ook een afweerstoornis of een eerder vastgesteld voorstadium van cervixcarcinoom (CIN) kan aanleiding zijn om vaccinatie te overwegen.
Enkele GGD’en formuleerden gezamenlijk een afwegingskader. Bijgaande leidraad overweging HPV 26+ is hierop gebaseerd. Het kan helpen bij vragen van patiënten over HPV-vaccinatie boven de 26 jaar.
|
|
|
|
|
|
PrEP-zorg: samenwerken aan hiv-preventie |
PrEP biedt mensen met een verhoogd risico op hiv extra bescherming tegen een hiv-infectie. |
|
|
|
|
Goede PrEP-zorg gaat verder dan alleen het voorschrijven van medicatie en vraagt om voorlichting, begeleiding en regelmatige controles.
Om de samenwerking tussen huisarts en GGD te ondersteunen, ontwikkelde team Seksuele Gezondheid van de GGD een praktische PrEP-zorgkaart. Deze zorgkaart is een vereenvoudigde weergave van de PrEP-richtlijn en laat in één oogopslag zien hoe huisarts en GGD elkaar kunnen aanvullen bij de begeleiding van PrEP-gebruikers.
Benieuwd hoe dit in de praktijk werkt? Download de zorgkaart. |
|
|
|
|
|
|
|
Een verwijzing helpt om ondersteuning al vóór de geboorte op gang te brengen |
Signaleer je als huisarts dat er bij een patiënt tijdens de zwangerschap méér speelt dan alleen een medische vraag? Denk hierbij aan signalen als stress, psychische of relationele problemen, financiële zorgen of weinig steun vanuit het netwerk. In deze situaties kan een Prenataal Huisbezoek (PHB) door een jeugdverpleegkundige van de GGD helpend zijn. Tijdens een laagdrempelig gesprek wordt samen met de aanstaande ouder(s) gekeken naar wat er speelt, wat zij nodig hebben en welke ondersteuning eventueel passend is. Wat kun je als huisarts doen?
- Denk bij zorgen of kwetsbaarheid tijdens de zwangerschap aan een Prenataal Huisbezoek (PHB) door de GGD.
- Bespreek dit met de zwangere, bijvoorbeeld: “Wist je dat de GGD tijdens de zwangerschap met je kan meedenken over wat er op je afkomt en welke ondersteuning bij jou past?”
- Verwijs de zwangere vervolgens naar het PHB GGD via één klik.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
Hoeveel meldingsplichtige infectieziekten zijn er in Nederland?
A. Minder dan 40 B. Meer dan 40 |
| |
WNV wordt met name overgedragen door: A. Culex muggen (gewone steekmug/huismug) B. Aedes muggen (tijgermug of gelekoortsmug) |
|
|
|
| |
|
|
|
|
GGD Tuberculosebestrijding: van screeningsbus tot verwijzing |
Wist je dat de GGD jaarlijks nieuwkomers uit landen met een verhoogde kans op tuberculose screent met een thoraxfoto? Afhankelijk van de tuberculose-incidentie in het land van herkomst kan betrokkene in aanmerking komen voor een vervolgscreeningsprogramma gedurende twee jaar. Hierbij wordt iedere zes maanden een thoraxfoto gemaakt. Met deze screening sporen we actieve en mogelijk besmettelijke tuberculose tijdig op. Om deze screening toegankelijk te houden binnen ons uitgestrekte werkgebied, wordt regelmatig gebruikgemaakt van een mobiele röntgenunit (MRU). Zo houden we de reisafstand voor bezoekers klein en kunnen zij terecht bij de GGD op de hoek of op hun eigen opvanglocatie. Naast deze binnenkomst- en vervolgscreening doet het team Tuberculosebestrijding ook bron- en contactonderzoek uit bij mogelijke blootstelling aan besmettelijke tuberculose. Zo dragen we bij aan het vroeg opsporen van infecties en het voorkomen van verdere verspreiding. Bij patiënten waarbij in de huisartsenpraktijk een verdenking op tuberculose bestaat, kan na overleg met het team Tuberculosebestrijding verwijzing plaatsvinden voor verdere diagnostiek en beoordeling.
Neem voor intercollegiaal contact op met ons via: 088 368 7000 |
|
|
|
| |
|
|
Gratis ondersteuning bij hygiëne en infectiepreventie |
Hygiëne en infectiepreventie blijven belangrijke aandachtspunten in de huisartsenpraktijk. Daarom kun je via HIP in de HAP kosteloos gebruikmaken van een audit door een deskundige infectiepreventie van de GGD.
Je ontvangt praktische adviezen en een verbeterplan dat aansluit bij jouw praktijk.
Interesse?
Meld je gratis aan. |
| |
Kinkhoest. Wist je dat...? |
Sinds 1 juli 2026 gelden er nieuwe meldingscriteria voor kinkhoest. Serologisch bevestigde kinkhoest bij personen van 13 jaar en ouder hoeft niet meer gemeld te worden bij de GGD. Meldingen op basis van serologisch bevestigde kinkhoest bij kinderen t/m 12 jaar én alle PCR- of kweekuitslagen blijven wel meldingsplichtig en daarmee in beeld bij de GGD voor de bestrijding en monitoring van de vaccineffectiviteit.
Lees meer over kinkhoest:
|
|
|
|
|
|
Veel informatie vanuit de GGD. Was deze nieuwsbrief zo goed? Of te lang? |
|
|
|
| |
|
Antwoord op de quiz: Vraag 1. B, Vraag 2. A. |
|
|
|
|
|
|
|
Reitseplein 3, 5037 AA Tilburg
|
| |
|
|
| |
| |
|
|
|